Sportblessures

Iedereen die regelmatig sport heeft er wel eens mee te maken gehad: een sportblessure. Soms als gevolg van een ongelukkig moment, want een ongeluk zit in een klein hoekje. Meestal ligt de oorzaak echter bij een overbelasting, een onjuiste opbouw van je training, te vaak willen trainen of het gebruik van verkeerd materiaal.
Binnen Fitfactorij zien wij dagelijks sportblessures als gevolg van bovenstaande, maar welke komen nou het meeste voor? Wij hebben een overzicht voor je gemaakt.

Knieblessures

De meeste sportblessures bestaan uit knieblessures. Er wordt verschil gemaakt tussen blessures aan de buitenkant van het gewricht (extra-articulair) en aan de binnenkant van je knie (intra-articulair). Klachten die vaak voorkomen aan de buitenkant van een gewricht zijn: een springersknie, een lopersknie, patellafemorale klachten of apexitis klachten. Blessures die we door middel van manuele therapie, dry needling en gerichte training goed kunnen verhelpen. Daarnaast leren we je de (start)klachten te herkennen en op deze manier op tijd aan de bel te trekken om verdere pijn en ontwikkeling van de klacht te voorkomen. We zien namelijk vaak dat deze klachten zich geleidelijk ontwikkelen en meestal niet het gevolg zijn van een acuut moment.

De blessures aan de binnenkant van de knie zijn wel vaker een gevolg van een acuut moment. Denk aan een ongecontroleerde beweging, een botsing, een val of een gerichte trap. Vaak raken de banden van de knie dan beschadigd: je buitenbanden (mediaal en lateraal) of je kruisbanden (voorste- en achterste kruisband) kunnen verrekken of nog erger, scheuren. Daarnaast kan ook je meniscus of kraakbeen beschadigd raken. Klachten waar je serieus mee moet omgaan en zo snel mogelijk mee naar een sportfysiotherapeut moet gaan. We kunnen dan snel bekijken hoe “serieus” deze klacht is en of er eventueel verder onderzoek (Röntgenfoto, MRI, orthopeed) gedaan moet worden.

Een ander veel voorkomende klacht is artrose van de knie. Oftewel slijtage. Meestal een natuurlijk proces waar wij als mens allemaal mee te maken zullen krijgen. De een wat sneller dan een ander. En de een zal hier meer pijn en beperkingen van ondervinden dan de ander. De slijtage zelf is niet te verhelpen. Wel kan het veel pijnvermindering en/ of bewegingsbeperking voorkomen door hier samen met een sportfysiotherapeut mee aan de slag te gaan. Het blijven gebruiken van het “versleten” gewricht op de juiste manier maakt dat de belastbaarheid hoog blijft en de klachten beperkt.

Enkelblessures

Veruit de meest voorkomende enkelblessure is de verzwikte enkel, oftewel een inversietrauma. Vaak zien we dit bij voetbal, volleybal, rugby, hockey, maar ook regelmatig bij hardlopers. Hierbij verrekken vaak de banden aan de buitenkant van de enkel. Vaak wordt gevraagd of iemand de banden heeft verrekt, ingescheurd of gescheurd. Dit is voor het beleid en het herstel niet zo belangrijk als vaak wordt gedacht. De manier van revalidatie/ herstel verandert hier niet door. Naast dat de banden vaak beschadigd raken zien we heel regelmatig dat het kuitbeen en de talus (het sprongbeen) “vast” gaan zitten als gevolg van de verzwikking. Wanneer deze beweeglijkheid niet wordt hersteld, zal je een beperking houden in de afwikkeling en beweeglijkheid van je enkel. Dit heeft voor zowel de korte- als de lange termijn gevolgen in de vorm van onvoldoende herstel, aanhoudende pijnklachten (terwijl de banden zijn genezen) of zelfs klachten naar kuit en achillespees. Laat dus altijd je enkel controleren na een verzwikking zodat je zeker weet dat je juist hersteld en volledige beweeglijkheid van je enkelgewricht hebt.

Schouderblessures

Net als bij de knieblessures, maken we hier vaak onderscheid tussen klachten vanuit de binnenkant van het gewricht of aan de buitenkant.
De binnenkant raakt vaak beschadigd bij mensen die de arm bovenhands gebruiken (volleybal, waterpolo, gewichtheffen) en ontstaan vaak door een ongecontroleerde beweging, een botsing, een val of een chronische overbelasting. Veel voorkomende letsels hierbij zijn de labrumlaesies (SLAP-laesie). Vaak geeft dit veel pijn in de vorm van stekende pijnen bij gebruik. Maar ook kan de schouder instabiel gaan voelen. Ga hiermee altijd naar een sportfysiotherapeut voor diagnose en behandeling!

Een van de meest voorkomende oorzaken voor klachten aan de buitenkant van het schoudergewricht wordt het zogenaamd Subacromiaal Pijnsyndroom van de Schouder (SAPS) genoemd. De klachten/ pijn verergert meestal tijdens of na bewegingen boven schouderhoogte en het zijwaarts heffen van de arm. Sporten waarbij deze klachten vaak ontstaan zijn zwemmen, werpen (honkbal en handbal), of door serveren (tennis en volleybal). De oorzaak van de pijn komt door veroudering, overbelasting of beschadiging van de pezen en/of spieren rondom de schouder. Dit kan tevens leiden tot een ontsteking van de slijmbeurs. Het is bij deze klachten belangrijk om snel aan de slag te gaan met de mate van belasting op je schouder. Je hoeft in de meeste gevallen echt geen absolute rust te nemen, maar een (tijdelijke) aanpassing van je training is wel gewenst.

Rug- en nekklachten

Sporten waarbij je regelmatig wordt gevraagd voorover gebogen te bewegen, denk aan hockey, wielrennen, fitness, kunnen lage rugklachten veroorzaken. Meestal gaat het dan om stijfheid of stekende sensaties in de onderrug. Vaak een gevolg van overbelasting of een plotselinge draaibeweging. Meestal goed en snel te verhelpen als je op tijd langskomt voor behandeling. De meeste mensen gaan er vanuit dat het vanzelf wel overgaat, en dit is ook wel zo, maar wanneer de klachten na een week nog hetzelfde zijn, of zelfs erger zijn geworden, neem dan contact op met een fysiotherapeut. Vaak kunnen wij met het losmaken van je onderrug en het ontspannen van je lage rug- en bilspieren al een heleboel van de klacht weghalen.

Dit is ook zo bij nekklachten, welke vaak ontstaan door langdurig in dezelfde houding te zitten (denk aan wielrennen, maar ook kantoorwerk) waardoor de spieren overbelast raken en niet zo veel meer kunnen hebben.

Tenniselleboog

De term tenniselleboog of tennisarm zal iedereen wel eens gehoord hebben. De officiële benaming is epicondylitis lateralis. Oftewel een ontsteking van de buitenkant van de elleboog. Vrijwel alle klachten aan de buitenzijde van elleboog worden zo genoemd. Het is dus een verzamelnaam. Klachten aan de binnenkant, epicondylitis medialis, staat ook wel bekend als de golferselleboog.
Bij beide soorten klachten is er sprake van een niet-bacteriële ontsteking van het peesweefsel. Op dit moment gaan we er vanuit dat deze klachten worden veroorzaakt door kleine scheurtjes in het peesweefsel die vaak worden veroorzaakt door overbelasting. Meestal als gevolg van repeterende bewegingen (die je niet gewend bent), maar ook letsel kan een oorzaak zijn. Je hoeft overigens geen tennisser of golfer te zijn om deze klachten te krijgen.
Bij deze klachten adviseren wij om ook je schouder en nek te laten bekijken. Veelal ligt hier een oorzaak in het ontstaan van de elleboogklachten. Door nek- en/of schouderbeperkingen kan het zo zijn dat je “keten” niet goed werkt en je moet compenseren in je onderarm om de bewegingen te maken of bepaalde krachten te leveren. Dit is meestal de start van de overbelasting.

Hamstringblessure

Bij explosieve sporten als rugby en voetbal komen hamstringblessures vaak voor. Het blijkt dat de meeste van deze hamstringblessures ontstaan tijdens de eerste 2 maanden van het seizoen. Een oorzaak ligt vaak in het niet goed opbouwen naar maximale explosiviteit toe. Dat wil zeggen: het einde van het vorige seizoen is voorbij en men gaat lekker met vakantie en doet een aantal weken niet aan voetbal of rugby. Dan begint de nieuwe voorbereidingsperiode voor het aankomende seizoen. Er moet in een aantal weken (meestal 4 tot 6) worden opgebouwd naar wedstrijdbelasting toe. Maar omdat de meesten niets hebben gedaan, zijn ze ook niet meer op het niveau van het einde van het vorige seizoen en zijn zelfs wat minder fit (vakantiekilootjes). Wel wordt vrij snel van je gevraagd om weer 80 of 90 minuten lang te springen, sprinten en duels aan te gaan. Daar de hamstrings de meeste van deze bewegingen voor hun rekening nemen, zijn zij al snel erg vermoeid en er ontstaan kleine scheurtjes in de spierbuik. En dan opeens is daar die ene sprint of sprong aan het einde van de wedstrijd en je voelt een felle pijnscheut bij het afzetten of neerkomen. De spierbuik scheurt verder en je kunt de hamstring niet meer gebruiken.
Deze blessures zijn voor een groot deel te voorkomen door aan het einde van het seizoen al te starten met de voorbereidingen voor het nieuwe seizoen. Hier helpen we je graag mee! Ook met de opgelopen hamstringblessure trouwens.

Voorkomen van blessures

Gelukkig kun je veel van de beschreven blessures voorkomen. We hebben een klein lijstje voor je opgesteld:

  • bouw de training goed op
  • bereid je lichaam goed voor op de inspanning door een warming-up te doen
  • luister goed naar je lichaam
  • draag geschikte schoenen en kleding
  • bij vragen en/ of beginnende klachten neem contact op met een sportfysiotherapeut